De
Maximumfactuur (MAF)
Wat is de
Maximumfactuur?
Wat zijn de plafonds?
Welke
gezinnen hebben recht op snelle terugbetaling?
Welke kosten worden
meegeteld?
Gebeurt alles
automatisch?
Wanneer wordt er terugbetaald?
Wat wordt als een gezin
bestempeld?
Wat kost de MAF aan de
overheid?
terug
naar "vraag en antwoord"
Wat is de Maximumfactuur?
De Maximumfactuur vervolledigt de bescherming tegen gezondheidskosten. Zij
geeft de waarborg aan èlk gezin dat het niet meer dan een bepaald bedrag
zal uitgeven voor verzekerde en noodzakelijke gezondheidskosten. De hoogte van
dat plafond hangt af van het gezinsinkomen. De beoogde gezondheidskosten zijn de
wettelijk erkende remgelden en persoonlijke bijdragen voor terugbetaalbare
prestaties en technische verstrekkingen van ten eerste, de huisarts en/of de
specialist (en dit zowel buiten als binnen een ziekenhuis) ten tweede de
kinesisten, de verpleegkundigen en de
paramedici, ten
derde, terugbetaalbare geneesmiddelen van de categorie A, B en C, ten vierde bepaalde hospitalisatiekosten (persoonlijk aandeel in ligdagprijs, forfaits per
opname, …). Een belangrijk kenmerk van de maximumfactuur is dat gezinnen met
een laag of bescheiden inkomen de snelste terugbetaling krijgen van wat ze boven
het plafond hebben betaald.
Wat zijn de plafonds?
De basisbedragen zijn vastgelegd voor 2001: er zijn 7 categorieën bepaald
naargelang het gezinsinkomen en het eventuele beschermde statuut. Per categorie
is vastgelegd tot welk bedrag de noodzakelijke gezondheidskosten maximaal mogen
oplopen. Deze remgeldplafonds liggen vast, de inkomensgrenzen worden gekoppeld
aan de evolutie van het indexcijfer (jaarlijkse aanpassing).. Men moet dus voor
elk jaar afzonderlijk nagaan in welke categorie men valt, en wat bijgevolg het
geldende remgeldplafond is.
Voor 2001 zijn de volgende inkomensvorken en remgeldplafonds gehanteerd:
Inkomensgrenzen (euro) |
Remgeldplafonds (euro) |
| Beschermd statuut | 450 |
| Tot 13 400,00 ("laag") | 450 |
| Tss. 13 400,01 20 600,00 ("bescheiden") | 650 |
| Tss. 20 600,01 27 800,00 | 1.000 |
| Tss. 27 800,01 34 700,00 | 1.400 |
| Tss. 34 700,01 50 600,00 | 1.800 |
| Vanaf 50 600,01 | 2.500 |
Op 1 januari 2002 zijn de inkomensgrenzen voor het eerst geïndexeerd:
Inkomensgrenzen (euro) |
Remgeldplafonds (euro) |
| Beschermd statuut | 450 |
| Tot 13 730,98 ("laag") | 450 |
| Tss. 13 730,99 21 108,82 ("bescheiden") | 650 |
| Tss. 21 108,83 28 486,66 | 1.000 |
| Tss. 28 486,67 35 557,09 | 1.400 |
| Tss. 35 557,10 50 825,12 | 1.800 |
| Vanaf 50 825,13 | 2.500 |
In de loop van 2002 is, onafhankelijk van bovenstaande plafonds, ook een
plafond per kind ingevoerd. Een gezin kan hierdoor per kind nooit meer dan 650
euro gezondheidskosten per jaar moeten betalen. Als het plafond voor het volledige gezin
lager is, geldt uiteraard dit laatste plafond.
Op 1 januari 2003 zijn de inkomensgrenzen opnieuw geïndexeerd:
|
Netto-belastbaar
gezinsinkomen (euro) |
Plafond
(euro) |
|
Tot
13.956,17 |
450 |
|
van
13.956,18 tot 21.455,00 |
650 |
|
van
21.455,01 tot 28.953,84 |
1000 |
|
van
28.953,85 tot 36.140,23 |
1400 |
|
van
36.140,24 tot 51.658,65 |
1800 |
|
Vanaf
51.658,66 |
2500 |
Welke gezinnen
hebben recht op snelle terugbetaling?
Het gaat om de gezinnen waarvan minstens één lid tot één van
volgende groepen behoort:
- De mensen met recht op het bestaansminimum of het
gewaarborgd inkomen voor bejaarden (of de Inkomensgarantie voor ouderen) ;
- De gepensioneerden, weduwen, weduwnaars, invaliden
of wezen, met recht op de verhoogde tegemoetkoming (of het WIGW-statuut)
-
De werklozen die ouder zijn dan
50 jaar met recht op de verhoogde tegemoetkoming en die langer dan een jaar
werkloos zijn .
En alle gezinnen met een laag of bescheiden inkomen.
Welke kosten worden meegeteld?
De kosten die meegeteld worden zijn:
- erelonen van artsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, enzovoort
- kosten van technische prestaties,
bijvoorbeeld medische beeldvorming, chirurgische ingrepen, technische
onderzoeken, labo-onderzoeken;
- geneesmiddelen die behoren tot de terugbetalingscategorieën A,
B en C. Dat zijn bijna alle terugbetaalde geneesmiddelen
(alleen de categorieën Cs en Cx vallen er nog buiten);
- hospitalisatiekosten, namelijk het persoonlijk aandeel in ligdagprijs. De meegetelde hospitalisatiekosten worden wel beperkt tot de eerste drie maanden van opname in een algemeen ziekenhuis en het eerste jaar van opname in een psychiatrisch ziekenhuis;
-
materiaalsupplementen: vanaf 1 april 2003 wordt endoscopisch en
viscerosynthesemateriaal (dat is materiaal voor respectievelijk
kijkbuisoperaties, en voor het dichtkleven van wondes)
De eerste drie soorten kosten worden voor iedereen bijgehouden sinds 1 januari 2001. Bij de hospitalisatiekosten is een onderscheid gemaakt op basis van het netto-belastbaar gezinsinkomen. Voor gezinsinkomens onder 13 400 euro zijn de hospitalisatiekosten ook al vanaf 1 januari 2001 bijgehouden. Voor hogere inkomens is dit pas sinds 1 januari 2002.
Gebeurt alles
automatisch?
Het
concrete bijhouden van gezondheidskosten, het bepalen van het plafond en het
terugbetalen, gebeurt via de verzekeringsinstellingen of de ziekenfondsen.
In ieder geval geldt als regel dat de mensen automatisch hun
terugbetaling zullen ontvangen en dit ofwel van hun ziekenfonds (voor de groepen
met recht op snelle terugbetaling) ofwel via de fiscus.
Op deze algemene regel is er één belangrijke uitzondering: voor wie
tegenslag heeft en terugvalt van een hoog inkomen naar een bescheiden of laag
inkomen, is er de mogelijkheid om het recht op snelle terugbetaling aan te
vragen via het ziekenfonds. Deze
aanvraag gaat samen met het voorleggen van de laatste inkomensgegevens en wordt
achteraf via de fiscus gecontroleerd.
Wanneer wordt er terugbetaald?
De mensen die het minst verdienen
worden het snelst terugbetaald. De snelheid van uitbetalen wordt verbeterd in de
tijd: de uitgaven van 2001 zijn enkel voor de sociale franchise reeds in
hetzelfde jaar terugbetaald. In 2002 wordt bijkomend voorzien dat voor gezinnen
met een laag inkomen (onder het eerste inkomensplafond) en die in 2001 niet
konden genieten van de sociale franchise, met terugwerkende kracht voor de
medische kosten van 2001, een terugbetaling zullen ontvangen. Deze
eenmalige sociale correctie is voorzien in de loop van juni – juli 2002.
Ook deze eenmalige operatie (of one shot) wordt automatisch door de
ziekenfondsen uitgevoerd.
Voor 2002 zullen alle gezinnen
met een netto-belastbaar inkomen dat lager is dan 21 108,82 euro per jaar in het
jaar zelf terugbetaald worden.
Groep (inkomen 2001) |
Terugbetaling |
Groep (inkomen 2002) |
Terugbetaling |
| Beschermd statuut |
2001 |
Beschermd statuut |
2002 |
| GI < 13 400 |
midden 2002 |
GI < 13 730,98 |
2002 |
| 13 400 < GI < 20 600 |
2003 |
13 730,98 < GI < 21 108,82 |
2002 |
| GI > 20 600,01 |
2003 |
GI > 21 108,83 |
2004 |
Wat wordt als een gezin
bestempeld?
Het uitgangspunt is het feitelijk
gezin. Inkomens en kosten worden in de regel gedeeld op niveau van het feitelijk
gezin. Een feitelijk gezin wordt gevormd door de personen die samen onder één
dak leven. Alleenstaanden worden hier beschouwd als een feitelijk gezin. Voor de
praktische toepassing zal worden uitgegaan van de gegevens van het
rijksregister. Er wordt op die manier geen onderscheid gemaakt tussen
samenwonenden en gehuwden.
Op deze algemene regel van
“feitelijk gezin” wordt een uitzondering gemaakt voor gezinnen die een
naaste opnemen en die zorgbehoevend is. Voor
die gezinnen en meer bepaald de zorgbehoevende zelf, wordt de mogelijkheid gecreëerd
om via een aanvraag, als afzonderlijk gezin te worden beschouwd.
Concreet betekent dit dat het inkomen van de zorgbehoevende niet wordt
meegeteld bij het inkomen van het gezin waarin hij of zij verblijft. Voor
de toepassing van de Maximumfactuur, kan deze uitzondering leiden tot een betere
en snellere terugbetaling van medische kosten.
Wat kost de MAF aan de overheid?
De MAF kost op kruissnelheid 3,4
miljard frank aan extra middelen. In 2001 is reeds 1,4 miljard frank extra
uitgegeven. In 2002 is 1,7 miljard frank extra toegevoegd en in 2003 moet nog
0,3 miljard frank extra uitgetrokken worden. Deze getallen moeten worden
vergeleken met de 581,5 miljard frank aan kosten die de ziekteverzekering in
2002 ten laste neemt. Met deze beperkte investering slagen we er dus in om aan
elk gezin een sluitende bescherming te verzekeren in functie van de financiële
draagkracht.