Vereenvoudiging van de banenplannen

Sinds de jaren '80 werd een hele resem maatregelen ontwikkeld die, gebaseerd op de techniek van de vermindering van de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid, de tewerkstellingspolitiek dienden te ondersteunen.

Deze talrijke maatregelen hebben verschillende voorwaarden en modaliteiten en maken gebruik van verschillende reductietechnieken (forfaits, percentages van het loon, percentages van de bijdragen,…). Bovendien zijn sommige banenplannen cumuleerbaar en andere niet.

De opstapeling van deze plannen door de jaren heen heeft het geheel zo complex gemaakt dat het de doeltreffendheid ervan in het gedrang brengt.  Bovendien werd ook een onderbenutting van de gereserveerde budgetten vastgesteld, wat uiteraard ten nadele komt van zowel de werkgevers als de werknemers.

Om die reden werd beslist om een grondige hervorming door te voeren.

Ter herinnering : banenplannen maken gebruik van de techniek van werkgeversbijdragenvermindering. Het basistarief van de bijdragen die de werkgever verschuldigd is, bedraagt 32,35% van het brutoloon.

Twee doelstellingen :

1.       Vereenvoudiging

De waaier banenplannen zal drastisch worden vereenvoudigd. Er komt een toegankelijk systeem met twee soorten bijdragenverminderingen :

-          een structurele vermindering : een forfaitaire vermindering van de sociale bijdragen die geldt voor alle werknemers (arbeiders en bedienden)

-          de doelgroepverminderingen : een forfaitaire vermindering (2 bedragen) van de sociale bijdragen voor 5 doelgroepen (jongeren, ouderen, langdurig inactieven, arbeidsduurherverdeling, startende ondernemers)

2.      Versterking van de banenplannen

Naast de vereenvoudiging werden verschillende plannen aanzienlijk versterkt, waaronder 

·         Rosetta ;

·         Vierdagenweek ;

·         Steun aan nieuwe werkgevers.

Hierna vindt u de vergelijking tussen het oude en het nieuwe systeem.

 

DEEL 1 – STRUCTURELE LASTENVERLAGING

Een forfaitaire vermindering van de sociale bijdragen die geldt voor alle werknemers (arbeiders en bedienden)

HUIDIGE REGELING

 

VANAF 2004

De structurele lastenverlaging is soms wel, soms niet cumuleerbaar met een doelgroepvermindering (zie tabel).  De werkgever moet uitzoeken wat voordeligst is.  Voor sommige doelgroepwerknemers heeft hij dus geen recht op de structurele lastenverlaging.  Voor werknemers met een laag loon waarvoor hij recht heeft op een doelgroepvermindering kan hij beter geen doelgroepvermindering vragen, maar de structurele lastenverlaging, omdat die een grotere bijdragevermindering geeft.  Voor optimaal rendement is dus spitstechnologie nodig.

 

Alle werkgevers hebben recht op de structurele lastenverlaging. De structurele vermindering is cumuleerbaar met één  doelgroepvermindering.

Het bedrag van de structurele lastenverlaging is verschillend voor arbeiders (381,33€ of 15.383 BEF) en voor bedienden (313,98€ of 12.666 BEF)

 

Het bedrag van de lastenvermindering is identiek voor arbeiders en bedienden, nl. 381,33€ (15.383 BEF)

De loongrens tot waar er een supplement « lage lonen » wordt toegekend is verschillend voor arbeiders (1.735,2€ of 70.000 BEF/maand) en voor bedienden (1.536,94€ of 62.000 BEF/maand).

 

De loongrens tot waar er een supplement « lage lonen » wordt toegekend is identiek voor arbeiders en bedienden, namelijk 1.735,2€ of 70.000 BEF/maand

Voor de allerlaagste lonen is er een maximum aan trimestriële bijdrage-vermindering, namelijk 29.706 BEF.  Er is dus nog steeds een bijdrage te betalen

Geen begrenzing meer. Dit betekent dat op de allerlaagste lonen geen sociale bijdragen meer worden betaald.

Voor recht op structurele lastenverlaging moet er op kwartaalbasis minstens 33 % effectief gepresteerd zijn

 

Idem

Voor onvolledige prestaties tussen 33 % en 80 % wordt niet zuiver pro rata de arbeidsduur gewerkt, maar wordt de arbeidstijd fictief verhoogd met 25 % (dus 4/5de prestaties geeft vermindering van voltijdse)

 

Idem

In totaal 8 verschillende regelingen van structurele lastenverlaging

·         regeling voor arbeiders met bruto maandloon beneden 855,06 €:

·         regeling voor arbeiders met bruto maandloon tussen 855,06 € en 1110,77 €

·         regeling voor arbeiders metbruto maand loon tussen 1110,77 en 1.735,25 €

·         regeling voor arbeiders met bruto maandloon boven 1.735,25 €

·         regeling voor bedienden met bruto maandloon beneden 855,06 €:

·         regeling voor arbeiders met bruto maandloon tussen 855,06 € en 1110,77 €

·         regeling voor arbeiders metbruto maand loon tussen 1110,77 en 1.538,26 €

·         regeling voor arbeiders met bruto maandloon boven 1.538,26 €

Er bestaan nog 2 verschillende regelingen van structurele lastenverlaging

·         regeling voor werknemer met bruto maandloon tot 1.735,25 € (70.000 BEF)

·         regeling voor werknemer met bruto maandloon boven 1.735,25 € (70.000 BEF)


DEEL 2 – DOELGROEPVERMINDERINGEN

 

Een forfaitaire vermindering (2 bedragen) van de sociale bijdragen voor 5 doelgroepen (jongeren, ouderen, langdurig inactieven, arbeidsduurherverdeling, startende ondernemers)

 2.1.    Algemeen

HUIDIGE REGELING

 

VANAF 2004

De doelgroepvermindering is soms wel, soms niet cumuleerbaar met de structurele lastenverlaging (zie tabel).  De werkgever moet uitzoeken wat voordeligst is.  Voor sommige doelgroepwerknemers heeft hij dus geen recht op de structurele lastenverlaging.  Voor werknemers met een laag loon waarvoor hij recht heeft op een doelgroepvermindering kan hij beter geen doelgroepvermindering vragen, maar de structurele lastenverlaging, omdat die een grotere bijdragevermindering geeft.  Voor optimaal rendement is dus spitstechnologie nodig.

 

De doelgroepvermindering is steeds cumuleerbaar met de structurele lastenverlaging, en komt bovenop de structurele lastenverlaging.

De doelgroepverminderingen zijn onderling ook soms cumuleerbaar, in andere gevallen niet.

 

De twee resterende doelgroepverminderingen zijn onderling niet cumuleerbaar: in geval van samenvallen is het hoogste tarief van toepassing

 

Om recht te hebben op de doelgroepvermindering wordt soms geen voorwaarde gesteld inzake arbeidstijd van de werknemer, in andere gevallen is er wel een voorwaarde (bijvoorbeeld arbeidsovereenkomst voor minstens halftijds). 

 

Eén uniforme regeling inzake arbeidsduur werd vastgelegd. Die regeling is dezelfde als voor de structurele lastenverlaging: de prestaties moeten in het kwartaal minstens 33 % van de voltijdse tewerkstelling belopen.


 

Voor onvolledige prestaties moet de werkgever dus twee berekeningen uitvoeren: één om de structurele lastenverlaging om te zetten (rekening houdend met mutiplicator 1,25), één om de doelgroepvermindering om te zetten (zuiver pro rata de arbeidstijd).

 

Voor onvolledige prestaties geldt de regeling die ook voor de structurele lastenverlaging (multiplicator 1,25) van toepassing is,  eveneens voor de doelgroepvermindering : dus slechts één berekening.

De doelgroepvermindering bestaat soms uit procentuele vermindering, soms uit forfaitaire vermindering.  In totaal gaat het om meer dan 10 verschillende regelingen van vermindering:

·         bijdragevermindering van 100 % van de basisbijdrage van 32,35

·         bijdragevermindering van 75 % van de basisbijdrage van 32,35

·         bijdragevermindering van 50 % van de basisbijdrage van 32,35

·         bijdragevermindering van 25 % van de basisbijdrage van 32,35

·         bijdragevermindering van 10 % van het brutoloon

·         bijdragevermindering van 495,79 €

·         bijdragevermindering van 1.115,52 €

·         bijdragevermindering van 99,16 € per uur arbeidsduurvermindering

·         eenmalige bijdragevermindering van 800 €

·         bijdragevermindering van 62,50 €

·         bijdragevermindering van 100 €

·         bijdragevermindering van 150 €

·         bijdragevermindering van 400 €

 

De doelgroepvermindering bestaat uit een forfaitaire vermindering en er zijn slechts 2 tarieven:

 

·         bijdragevermindering van 1.000 €

·         bijdragevermindering van 400 €

2.2. Welke banenplannen voor welke doelgroepen ?

HUIDIGE REGELING

VANAF 2004

4 Banenplannen gericht op doelgroep jongeren

·         bijdragevermindering startbanen

·         bijdragevermindering KB 495: alternerend leren/werken

·         bijdragevermindering Activa voor periode na startbaan

·         Specifieke bijdragevermindering van 10 % op loon voor jongeren na startbaan

 

1 banenplan gericht op doelgroep jongeren

 

 

2 banenplannen gericht op doelgroep ouderen:

·         bijdragevermindering voor 58 plussers

·         bijdragevermindering voor halftijds brugpensioen

 

1 banenplan gericht op doelgroep ouderen:

 

 

4 banenplannen gericht op langdurig inactieven

·         bijdragevermindering voor langdurig werkzoekenden = activa

·         bijdragevermindering voor sociale economieprojecten

·         bijdragevermindering voor dienstenbanen

·         bijdragevermindering van voordeelbanenplan

 

1 banenplan gericht op doelgroep langdurig inactieven

7 banenplannen gericht op ondersteuning arbeidsherverdeling

·         arbeidsduurvermindering beneden de 38 uur/week

·         arbeidsduurvermindering tot 38 uur per week

·         bijdragevermindering nieuwe regeling vierdagenweek

·         bijdragevermindering oude regeling vierdagenweek

·         bijdragevermindering plan Vande Lanotte

·         bijdragevermindering plan Di Rupo

·         bijdragevermindering vervangers loopbaanonderbreking

 

1 banenplan gericht op ondersteuning arbeidsherverdeling

2 banenplannen gericht op ondersteuning beginnende werkgevers

·         bijdragevermindering van plan +1, +2 en +3

·         fiscale maatregel voor groeiende KMO's

 

1 banenplan gericht op ondersteuning beginnende werkgevers.

 CONCLUSIE : Van 19 naar 5


2.3. Welke banenplannen werden niet opgenomen in het ontwerp ?

Specifieke maatregel voor specifieke werkgevers:

·         specifieke regeling structurele lastenverlaging voor beschutte werkplaatsen

·         specifieke regeling structurele lastenverlaging voor non-profit sector

·         specifieke bijdragevermindering voor wetenschappelijk onderzoek

·         specifieke regeling voor gesubsidieerde contractuelen

·         specifieke regeling voor koopvaardij, baggersector en sleepvaart

·         specifieke maatregel voor universiteiten

·         specifieke regeling voor dienstboden

Deze specifieke maatregelen blijven behouden en werden buiten de vereenvoudigingsoefening gehouden: het heeft geen zin om alle werkgevers uit de private sector te confronteren met een regeling die toch niet op hen van toepassing is.

 2.4. Doelgroepverminderingen in detail

 2.4.1. Doelgroep : jongeren

A.      Huidige situatie

De werkgever die een Rosetta-jongere aanwerft geniet van een vermindering van 495,79€ per trimester voor een laaggeschoolde jongere en dit gedurende één jaar.

De gelijkstelling van de Rosetta-periode aan een inactieve periode, geeft de werknemer het recht op het Activa-plan gedurende twee jaar (een bijdragenvermindering van 75% op de te betalen bijdragen tijdens het eerste jaar en van 50% tijdens het tweede jaar. Voorbeeld : een werkgever die een jongere aanneemt met een brutoloon van 1400€, zal tijdens het eerste jaar een bijdragenvermindering krijgen van 340 €/trimester en tijdens het tweede jaar een vermindering van 226,3€/trimester – de verschuldigde basisbijdrage bedraagt 452,9€)

B.      Situatie vanaf 2004

1.                  Bedrag van de vermindering

-voltijds contract : 1000 € per kwartaal gedurende 2 jaar en 400€ per kwartaal gedurenden 2 jaar

-contract voor deeltijds werken/leren : 1000€ maximum (in functie van het aantal gepresteerde uren) per kwartaal gedurende 4 jaar en 400€ per kwartaal gedurende 2 jaar.

 2.                  Inhoudelijke aanpassingen

·         de bijdragevermindering volgt de jongere, ook als hij van werkgever verandert (huidige situatie : indien een jongere van werkgever verandert na zes maanden, geniet hij niet meer van het Rosettaplan)

·         de bijdragevermindering loopt door na de startbaan, tot het maximum van 3 jaar (algemene regel) of 5 jaar (wanneer startbaan bestaat uit halftijds leren/werken gedurende 3 jaar) bereikt wordt

·         De werkgever krijgt een vermindering voor laaggeschoolde jongeren op voorwaarde dat hij de 3%-aanwervingsverplichting naleeft.

·         ondernemingen met een dalend personeelsbestand kunnen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden van de verplichting indien ze geen beroep doen op brugpensioen onder de 58 jaar.

·         de eerste twee doelgroepen van het huidige startbanenplan, namelijk de –25 jarigen die net van school komen en de –25 jarigen die al een tijd van school zijn worden samengevoegd tot één groep: de – 25 jarigen

·         de regeling van het huidige KB 495, alternerend leren/werken, wordt volledig geïntegreerd in de startbaanmaatregel

·         de jongere zal een startbaankaart kunnen krijgen bij de RVA, die hij bij sollicitatie aan de werkgever kan tonen: de jongere kan op die manier de werkgever wijzen op de loonkostverlaging, de werkgever heeft zekerheid dat de jongere recht geeft op de vermindering.

 2.4.2. Doelgroep : ouderen

 A.      Huidige situatie

 400 € per kwartaal vanaf kwartaal waarin leeftijd van 58 jaar bereikt wordt.

 B.      Situatie vanaf 2004

1.                  Bedrag van de vermindering

400 € per kwartaal vanaf kwartaal waarin leeftijd van 58 jaar bereikt wordt.

 2.                  Inhoudelijke aanpassingen

·         Gaat om maatregel die pas sinds april 2002 bestaat en die reeds geschreven was met toekomstige vereenvoudiging in achterhoofd: dus geen inhoudelijke wijzigingen

·         Wel, in het licht van de vereenvoudiging en de samenhang van de banenplannen, en meer bepaald met de afschaffing van de specifieke reductie  voor de vervanging in het kader van het tijdskrediet, werd beslist om het specifiek stelsel van bijdragevermindering voor vervangers van halftijds bruggepensionneerden af te schaffen.

2.4.3. Doelgroep : startende werkgevers

 A.      Huidige situatie

Vandaag de dag hebben startende ondernemers recht op vermindering, indien zij aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals bv het aanwerven van een werkzoekende of gelijkgestelde.

 Plan +1 : bijdragenvermindering voor de eerste werknemer (100% gedurende de eerste 4 kwartalen, 75% tijdens het 5e t/m 8e kwartaal en 50% tijdens het 9e t/m 13e kwartaal.)

 Plan +2 : bijdragenvermindering voor de tweede werknemer (75% gedurende de eerste 4 kwartalen, 50% tijdens het 5e t/m 8e kwartaal en 25% tijdens het 9e t/m 12e kwartaal)

 Plan +3 : bijdragenvermindering voor de derde werknemer (50% gedurende de eerste vier kwartalen, 25% tijdens het 5e t/m 8e kwartaal).

B.      Situatie vanaf 2004

1. Bedrag van de vermindering

·         voor eerste werknemer: 1000 € in kwartaal van aanwerving + 4 kwartalen en daarna nog 8 kwartalen 400 €

·         voor tweede werknemer : 400 €  in kwartaal van aanwerving + 8 kwartalen

·         voor derde werknemer : 400 € in kwartaal van aanwerving + 4 kwartalen.

2. Inhoudelijke aanpassingen

·         de voorwaarde dat de aangeworven werknemer een werkzoekende moet zijn of daarmee gelijkgestelde vervalt (vrije keuze werkgever).

Daardoor komen veel meer startende werkgevers dan nu het geval is in aanmerking (factor x 2,1). Deze maatregel beoogt de werkgevers daar de verplichting, en niet de mogelijkheid, om een werkzoekende aan te werven wegvalt. Een werkgever die een langdurig werkzoekende aanwerft kan, inderdaad, opteren voor de doelgroep « langdurig werkzoekenden » vermits dit plan gunstiger is.

·         de werkgever kan de periode waarin hij zijn bijdragevermindering vraagt, spreiden over vijf jaar door in bepaalde kwartalen geen bijdragevermindering te vragen (bvb. wanneer een eerste werknemer beslist om zijn job op te geven en er vervolgens een vervanger wordt aangenomen, zal de werkgever zijn recht op « eerste werknemer »-vermindering niet verliezen).  Deze regel vervangt de zeer ingewikkelde huidige regeling die geldt bij vervanging van een eerste, tweede of derde werknemer. Deze regel vervangt het huidige, zeer complexe systeem dat in werking treedt op het moment dat een 1e, 2e of 3e werknemer wordt vervangen.

·         De tussenkomst in de sociaal secretariaatskosten voor de tweede werknemer wordt afgeschaft, en de tussenkomst voor de eerste werknemer wordt verhoogd. Het « duwtje in de rug » om aan te sluiten bij een sociaal secretariaat moet inderdaad vooral worden gegeven bij de aanwerving van de eerste werknemer.

·         De fiscale maatregel voor bijkomend personeel voor KMO's (plan Pinxten) wordt afgeschaft. Die afschaffing is gerechtvaardigd door de noodzaak om het geheel aan banenplannen coherent te maken, gebaseerd dus op het model van de sociale bijdragenvermindering.

 2.4.4. Doelgroep : arbeidsherverdeling

 A.      Huidige situatie

·         Arbeidsduurvermindering :

 -          forfait van 1 x 800 €/werknemer (éénmalig toegekende forfait)

-          na drie kwartalen : van 38u naar 37u : 62,5 €/kwartaal gedurende 10 jaar

-          na drie kwartalen : van 37u naar 36u : 100 €/kwartaal gedurende 10 jaar

-          na drie kwartalen : van 36 u naar 35u of minder : 150 €/kwartaal gedurende 10 jaar.

 

·         Arbeidsduurherverdeling : vierdagenweek :1x 400 €/werknemer (éénmalig toegekende forfait)

 

·         Indien de vierdagenweek gepaard gaat met een arbeidsduurvermindering : 800 € +400 €/werknemer (éénmalig toegekende forfait).

 

·         Er bestaat vandaag nog een hele resem andere maatregelen voor arbeidsduurvermindering (plan Vande Lanotte, plan Di Rupo,…)

 
B.      Situatie vanaf 2004

 1.                  Bedrag van de vermindering

 Ø       Arbeidsduurvermindering :

·         overgang naar 37 uur : 400€/werknemer/kwartaal gedurende 8 kwartalen 

·         overgang naar 36 uur :  1400€/werknemer/kwartaal gedurende 12 kwartalen

·         overgang naar 35 uur of minder: 400€/werknemer/kwartaal gedurende 16 kwartalen

Ø       Vierdagenweek :

400€/werknemer/kwartaal gedurende 4 kwartalen bij overgang naar de vierdagenweek zonder arbeidsduurvermindering

Gaat de invoering van de vierdagenweek gepaard met arbeidsduurvermindering dan wordt gedurende de eerste 4 kwartalen 1.000 € per werknemer toegekend in plaats van 400 € (de volgende kwartalen, in functie van het aantal uren vermindering, zal het bedrag 400€ bedragen)

2.                  Inhoudelijke aanpassingen

de overgang naar de vierdagenweek, met of zonder arbeidsduurvermindering, wordt sterker ondersteund dan nu het geval is.


2.4.5. Doelgroep : langdurig inactieven

 1.       Bedrag van de vermindering

Ø       Werknemers –45 jaar :

Bij inactiviteit van tussen 1 en 2 jaar

·         kwartaal van aanwerving en daaropvolgende 4 kwartalen : 1.000 €

·         daarna nog 400 € gedurende aantal kwartalen dat overeenkomt met het aantal kwartalen dat hij langer dan 1 jaar inactief was

 

Bij inactiviteit van 2 jaar of meer

·         kwartaal van aanwerving en daaropvolgende 8 kwartalen : 1.000 €

·         daarna nog 400 € gedurende aantal kwartalen dat overeenkomt met het aantal kwartalen dat hij langer dan 2 jaar inactief was

·         daar bovenop activering van uitkeringen indien werknemer vergoede werkloze was of gerechtigd op het leefloon (bedrag : 500 € gedurende drie jaar)

 

Ø       Werknemers +45 jaar

Voor deze werknemers geldt er een grotere bijdragenvermindering :

Bij inactiviteit tussen 6 en 12 maanden :

·         recht op 4 kwartalen 1000 € en 16 kwartalen 400 €

 

Bij inactiviteit van meer dan 1 jaar :

·         recht op 1.000 € gedurende 20 kwartalen

·         bovendien, activering van de uitkering indien de werknemer uitkeringsgerechtigde werkloze was of recht had op een leefloon (bedrag van 500€ gedurende 1 jaar indien minder van 24 jaar inactief en gedurende 3 jaar indien langer dan 24 maanden inactief)

 

2.       Inhoudelijke aanpassingen

·         Gepersonaliseerde hulp in functie van de inactiviteitsduur van de betrokkene

·         Specifieke regeling voor inschakelingseconomie wordt geïntegreerd, met behoud eigen kenmerken

·         Na 5 jaar bijdragevermindering kan een nieuwe periode van bijdragevermindering starten indien uit een onderzoek van de bemiddelingsdienst (VDAB, FOREM, BGDA, Arbeidsamt) blijkt dat dit noodzakelijk is gelet op de te geringe kansen op integratie in de arbeidsmarkt zonder steun.

 

terug naar persbericht